Hoewel Muskee zich meestal beperkt tot het exact weergeven van de zichtbare werkelijkheid, wordt de dramatiek die daaronder sluimert pijnlijk duidelijk in zijn tekeningen. Er zit een werkelijkheid achter die je niet ziet. De tekeningen zijn zorgvuldig geënsceneerd, de gebeurtenissen zijn in een scherp, theatraal licht gezet en onthullen precies datgene wat je niet hóórt te zien: frustraties, obsessies, pijn, schuld, angst en onvermogen. Jans Muskee toont ons die naakte werkelijkheid, in al zijn lullige alledaagsheid. Hij geeft de koele feiten weer.
Vreemd
De man. De vrouw. Het kind. De doorzonwoning. Het kantoor.
Zij gekleed in een elegante zomerjurk, zich bewust van haar moederrol en de kracht om begeerte op te wekken. Hij, de werkende man, pak met stropdas, in beslag genomen door haar lokroep, zijn drift.
Het kind: onschuldig.
De auto: glimmend.
De straat: opgeruimd.
De natuur: groen.
Vreemd.
Het verlangen
De personages in de tekeningen van Jans Muskee zijn in hun alledaagse, stereotiepe letterlijkheid vooral kunstmatig en onecht. Ze zijn op zichzelf aangewezen, als acteurs in een slecht toneelstuk. Er is geen werkelijk doorleefde interactie. De poses die ze aannemen zijn leeg en tegelijk onthullend. Juist omdat deze mannen, vrouwen en kinderen nauwelijks emoties en gevoelens laten zien, maken ze in ons het verlangen naar warmte, intimiteit en symbiose wakker. Het verlangen, kortom, wordt opgeroepen door precies datgene wat niet zichtbaar wordt gemaakt in de tekening zelf. Je zou kunnen zeggen dat Muskee daarmee het menselijk falen blootlegt, en het onvermogen om te ontsnappen aan het onbewuste, de slaafsheid van gewoontes, de gewenning, het cliché en de vanzelfsprekende autoriteit. Maar tegelijkertijd toont het ook aan dat wij in zijn tekeningen datgene willen zien wat we erin missen: bescherming, mededogen, ontroering, contact. Gelukkig maar. Wij zijn er ook nog.
(passage uit de volledige tekst van Meta Knol)